De woorden van Jan Jambon blijven in mijn hoofd ronddolen. De vrouwtjes moeten hun gedrag maar aanpassen als ze meer pensioen willen trekken op hun oude dag. Meer werken, godverdomme. Opbrengen. Leven volgens het 11de gebod: gij zult productief zijn, van de maandagmorgen tot de vrijdagavond. Geen geluier, geen gelanterfant. Het vliegwiel van de economie dient aangezwengeld. De concurrentiepositie bewaakt. Het consumptiemodel behouden.
Wie niet meekan moet achterblijven. Zichzelf bij de haren uit het moeras trekken en als je het peloton ooit terug kunt vervoegen blijf je altijd op achterstand. Want je bent ziek geweest. Een burn-out gehad. Een depressie doorgemaakt. Je bent omgevallen en nu raak je maar half recht.
Pech.
Je hebt een kind op de wereld gezet en vond dat belangrijk genoeg om even gas terug te nemen. Er te zijn bij de eerste stapjes, woordjes, pijntjes en lachjes. Ervoor te zorgen dat deze toekomstige productieve burger stevig op 2 benen staat.
Pech.
Je hebt een ziek kind, een ouder die gebrekkig wordt en je besluit daar tijd en moeite en zorg in te steken. Je werkt hard en loopt de benen onder je lijf om anderen overeind te houden. Je zwoegt en je zweet en je hebt amper tijd om te ademen, maar op het einde van de maand krijg je geen loonstrookje met daarop een bedrag in euro.
Pech.
Je vraagt je af wat er zou gebeuren als vrouwen daadwerkelijk ‘hun gedrag’ zouden aanpassen.
Pech.