Gewoon mijn laatste patiënt van de dag. Een vrouw van 72. Chinees. Al tientallen jaren in Nederland, maar nog altijd ongedocumenteerd.
Ze komt vanwege vermoeidheid en pijn in haar gewrichten.
Ik bekijk haar handen: brede, ruwe vingers, de huid kapot gewerkt. Haar knieën kraken bij iedere beweging. Ze kan haar armen niet hoger heffen dan negentig graden. Ze is sterk vermagerd.
Dus ik vraag wat voor werk ze doet.
“Werk?”, zegt de kennis die naast haar zit en voor haar tolkt. Hij lacht erbij, maar kijkt me niet aan.
“Alstublieft,” zeg ik. “Ik ben de politie niet. Ik weet dat bijna al mijn ongedocumenteerde patiënten zwart werken. Maar als ik niet weet wat iemand doet, kan ik ook niet goed behandelen.”
Even stil.
Dan zegt hij dat ze als verzorgende in een verpleeghuis werkt.
Dus deze vrouw - zelf een oma van 72 - verslijt al tientallen jaren haar lichaam in de zorg voor dezelfde generatie waartoe ze inmiddels zelf toe behoort. Ze tilt, wast, troost en verzorgt ouderen, terwijl haar eigen lichaam opgebruikt is geraakt. Zonder contract. Zonder zekerheid. Zonder rechten.
En ik sta er niet eens meer van te kijken. Want dit is geen uitzondering. Dit ís het systeem.
De samenleving draait deels op mensen die officieel niet bestaan. We laten hen onze ouders verzorgen, onze groenten plukken, onze huizen schoonmaken en onze nachtdiensten draaien - zolang ze maar onzichtbaar blijven.