Gisteren bezochten we laat in de namiddag het Guislainmuseum. We stapten door de lichte regen die er volgens de voorspellingen niet zou zijn. De ingang ligt goed verscholen op het terrein waar ook nog altijd een psychiatrisch centrum, een woonzorgcentrum en een ontwenningskliniek gevestigd zijn.
Om het eerste deel van de tentoonstelling te bezoeken moesten we door een kastdeur stappen, om vervolgens terecht te komen in een ruimte met heel veel valiezen die als scheidingswand gebruikt werden. Er stonden ouderwetse schrijfmachines, in grote ladenkasten wassen modellen van armen, gezichten en andere lichaamsdelen die vreemde ziekteverschijnselen vertoonden.
Op de volgende etage art brut, dagboeken van patiënten, oude boeken over schedelmetingen en hoe je iemand moet lezen in het handschrift.
Uiteindelijk belandden we terug beneden op de tentoonstelling met werk van Monique Gies. Ze woonde eerst in een statig landhuis en had een job als directrice van een school. Toen liep ze weg en ging in Parijs wonen, op een zolderkamertje. Ze schilderde, ze huilde en ze ging in psychoanalyse. Meer uitleg kregen we niet.
Haar schilderijen waren veelzeggend, maar toch gehuld in een aura van mysterie.
We vonden het mooi.