Heerlijk, een ouderwets heidens geluid!
Iedereen houdt tegenwoordig van christendom, lijkt het wel. De een wil het inschakelen om ons weerbaarder te maken tegen het Islamitisch Gevaar. De ander wil het gebruiken om de overwinning van de zachte krachten te waarborgen. Zelfs de seculiere pers overgiet zich momenteel met een cultuurchristelijk sausje. Waar zijn de ouderwetse heidenen uit de boomergeneratie gebleven die ooit de ingezonden brievenpagina's van mijn krant frequenteerden? Je kon er 'sacrament' op zeggen dat Van Hoof, Den Boef, Philipse en soms zelfs 't Hart in de scherpgepunte pen klommen als iemand het waagde iets aardigs over geloof te zeggen in het NRC. Ik keek daar altijd naar uit, want ik houd van orde en regelmaat.
Als gelovig christen voelt al dat nieuwe geknuffel soms wat cringe, eerlijk gezegd. Ik was daarom wel blij met de ouderwets-heidense column van Eva Peek vanmorgen in de NRC. Ze zingt haar hele leven al de Matthäuspassion en de teksten (vooral de koralen en aria's, zeg maar het begeleidende theologische commentaar bij de gezongen evangelietekst) bevreemden haar steeds meer. Dan gaat het met name over die bloederige verzoening-door-voldoening: de doodgemartelde Jezus offert zichzelf voor onze zonden om zo God tevreden te stellen.
“Musicoloog Michael Marissen concludeerde al „dat een groot aantal muziekliefhebbers Bach, strikt genomen, niet waarderen vanwege de dingen waar het bij Bach, strikt genomen, om gaat”. Dus misschien zit het troostrijke van zijn Matthäus gewoon in de muziek, en ervaren concertbezoekers troost als ze het Duits matig verstaan en het tekstboekje halfslachtig doorbladeren.
Maar toch: is voor iemand die wel oplet zulk bloederig ‘verdienstelijk lijden’ niet walgelijk? Het is troostrijk als we lijden betekenis kunnen geven. Maar het is pervers als we daarmee andermans lijden rechtvaardigen.”
nrc.nl/nieuws/2026/04/0…
Bach is geworteld in de theologie van Maarten Luther: de wonderlijke ruil tussen onze zonden en Christus' verdiensten als spil waaromheen alles draait (de 'rechtvaardiging door het geloof'). En verder in het 17e- en 18e-eeuwse verzet tegen de verstarring van de Lutherse theologie in wat men ervoer als dode orthodoxie en formalisme. Ik heb daar uitgebreid over geschreven in mijn boek Vrede op aarde (2023). Als je meer specifieke informatie wilt over J.S. Bach en zijn relatie tot het Duitse Piëtisme van zijn tijd, zie dit artikel: pietisten.org/viii/1/ba…
In dit Piëtisme ging het om 'democratisering' van het geloof: het moest diep in de individuele mens zinken en die van binnenuit verwarmen en veranderen. Geloof moest meer zijn dan iets wat je formeel toestemde en iets wat de instituties en wetgeving van de samenleving informeerde. Het moest gewone mensen in vuur en vlam zetten, ontroeren, een diep besef geven van dankbaarheid over hun verlossing. Met vervolgens activering als resultaat. Als Jezus dit voor jou heeft gedaan, wat doe jij dan voor Hem? “Ich will Dir mein Herze schenken”.
Dat ‘inzinken’ van de theologische waarheden gebeurde via de emoties, de verdiepte innerlijkheid van de moderniteit. Bach is muziek voor moderne mensen, individualisten, die graag naar binnen kijken, bij wie tranen en authenticiteit bijna vanzelfsprekend samensmelten. Kijk naar een gemiddeld human interest programma: een uur niet gehuild is een uur niet geleefd.
Tranen zijn geen bij-effect van de Matthäuspassion, ze zijn het doel, zoals Govert-Jan Bach in onze De Ongelooflijke podcast dit weekend uitlegt (hij waagt zich aan de term 'tearjerker'). In die zin is er qua intentie niet zoveel verschil tussen de Matthäuspassion en de moderne The Passion (KRO/NCRV), waar hetzelfde effect wordt beoogd met schlagers en Hollandse meezingers. Theologisch is er natuurlijk wel verschil: Bach kon nog uitgaan van een Bijbels geletterd publiek, dat gepokt en gemazeld was in de Lutherse leer.
De vragen van Peek zijn typisch protestants: gericht op de tekst. Wat zégt die tekst nou eigenlijk? Ze stoort zich aan de ‘offerlogica’ van de Matthäuspassion. Transactionele mensenoffers. Ze noemt als voorbeeld hoe we de Oekraïners laten lijden voor ons, of hoe we de Palestijnen de schuld laten betalen van onze medeplichtigheid aan de Holocaust.
Theologisch doet dat natuurlijk geen recht aan wat Luther zei en wat de Matthäuspassion zegt. Het punt bij het kruis is dat de schuldeiser zelf zich offert om onze schuld te betalen - die wij zelf nooit kunnen aflossen. Jezus representeert niet alleen de lijdende Mens, maar juist ook de lijdende God. Vandaar dat we het hier niet alleen hebben over ‘tragiek’, maar primair over ‘liefde’: dat Hij dit deed voor ons. “So liebt er sie bis an das Ende”. Dat geeft deze theologie zijn urgentie, en ook zijn dramatische, emotionele kracht.
Ik ben blij met J.S. Bach, maar het is ergens jammer dat het enige punt van contact tussen de rijke theologie van het kruis in het christendom enerzijds en het geseculariseerde Nederlandse publiek anderzijds bestaat in het torenhoog opvoeren van emotionaliteit, het zwelgen in medelijden met een bloedende Jezus. Je kunt dan Nietzscheaanse reacties verwachten tegen dwepen met lijden en de esthetisering ervan (zonde tegen de 'goede smaak', zei Nietzsche al).
Zowel over de theologie van het kruis als over de theologie van het offer is zoveel meer te zeggen. Denk aan de schande van het kruis in de uiterst hiërarchische en statusgevoelige Romeinse samenleving (de eerste afbeelding vd gekruisigde is de cartoon van een ezel, zie en.wikipedia.org/wiki/A…). Het aanbidden van de gekruisigde was op zichzelf meer dan voldoende reden om gemarginaliseerd en geridiculiseerd te worden. Wie dit lijden esthetiseert (en je kunt Bach daar wel enigszins van beschuldigen), doet geen recht aan de schande ervan, de absolute inbreuk op de goede smaak die het kruis was in de Romeinse samenleving (over het kruis sprak je niet in beschaafd gezelschap, zei Cicero). Ik kan instemmen met Peek als ze zegt: pas op met de Matthäuspassion ‘te bejubelen als universele feelgood’.
Christenen van alle tijden en plaatsen hebben zich verstaan tot het kruis. In de warrior societies van onze voorouders zie je juist veel nadruk op de kracht en overwinning van het kruis. Denk aan de gespierde Jezus in de Santa Sabina, het Oudengelse gedicht ‘The Dream of the Rood’, waar de jonge held Jezus het kruis beklimt en daar een heldendood sterft, om vervolgens beweend te worden door al zijn krijgsmakkers. Denk aan de Jezus die met zijn kruis de slang doorsteekt in het Stuttgart Psalter, een motief dat je in allerlei variaties ook in het oosterse christendom tegenkomt (‘de beroving van de hel’). Maar voordat je hier Pete Hegseth-gevoelens bij krijgt: altijd zie je in die tradities de matiging van geweld, de nadruk op het vreedzame karakter van deze Grootste Held van allemaal. Zie bv de Heliand, waar die motieven van de warrior society en die van de vredesvisioenen van Jesaja samensmelten in Jezus.
Je kunt ook, opnieuw, denken aan Luthers theologie van het kruis als omkering van waarden. God die de wereld oordeelt vanuit de marge, vanaf de onderkant, vanuit het gezichtspunt van verdrukten en vluchtelingen. Het kruis als felle kritiek op alle ‘geslaagde’ en ‘ordelijke’ rijken en systemen. Want het kruis werd opgericht door de juridisch meest gesofisticeerde bureaucratie van de Oudheid. Niemand die over het kruis heeft gemediteerd kan ooit nog naïef zijn over de Januskop van zelfs de meest ontwikkelde beschaving. Of denk aan de bevrijdingstheologie.
Er is zoveel meer dan de theologie van J.S. Bach, met alle respect. Zonder dat ik daarmee wil zeggen dat het kruis als offer ‘niet meer kan in onze tijd’. Integendeel, maar dat is een ander onderwerp.
Als ik enigszins gestreng mag eindigen: hoe verfrissend ik de eerlijke weerzin van Peek ook vind (het is me honderd keer liever dan al dat gedweep met ‘christendom’ in nationalistische kringen), ik vind het ook wel teleurstellend dat een intellectueel persoon die haar hele leven al de Matthäus zingt theologisch nog niet verder is gekomen dan ‘God kan toch ook wel vergeven zonder offer?’. Alsof generaties theologen daarop geen antwoorden hebben gegeven. Ook dat is secularisatie: dat hoogopgeleide, cultureel begaafde mensen zonder enige zweem van schaamte hun theologische ongeletterdheid tentoonstellen. Ik vind dat toch een beetje het theologisch equivalent van ‘waarom kunnen de Russen en Oekraïners niet gewoon lief voor elkaar zijn?’.
(Enneh… ‘christendom’ is in het Nederlands met een kleine letter. ‘Christendom’ met hoofdletter is Engels, en het betekent iets anders. Het is de vertaling van het Latijnse ‘christianitas’, hetgeen vertaald kan worden als ‘christenheid’. Zeg maar: christelijke cultuur of christelijke beschaving (na Constantijn). Maar ‘christendom’ met kleine letter betekent gewoon de christelijke religie of het christelijk geloof.)